Hoe leer je nieuwkomers rekentaal aan?

Ik hou van taal en dat komt goed uit, want in mijn werk staat taal centraal. Als ambulant begeleider en leerkracht werk ik dagelijks met meertalige kinderen aan de ontwikkeling van hun (mondelinge) taalvaardigheid in het Nederlands. Dat betekent dat we eigenlijk de hele tijd bezig zijn met taal. In de kring, tijdens het eten en drinken, bij het aanbieden van nieuwe woorden, maar ook tijdens andere vakken zoals rekenen. Want stiekem komt er tijdens de rekenles heel veel taal aan bod.

Talig vak

Om te kunnen rekenen, moet je eerst de bijbehorende rekentaal kennen. Dat maakt rekenen een heel talig vak. Het is, zeker voor meertalige leerlingen, belangrijk om oog te hebben voor de taal in de rekenles. Het gaat dan om drie soorten taal, oplopend in moeilijkheidsgraad en frequentie:


  • Dagelijkse taal: Woorden die de leerling ook buiten de school gebruikt, zoals eergisteren, morgen, wegen, boven, onder;
  • Schooltaal: Woorden die specifiek op school worden gebruikt, zoals optellen, aftrekken, getal, stippellijn;
  • Vaktaal: Woorden die specifiek zijn voor het vak rekenen-wiskunde, zoals afronden, schatten, splitsen, verhoudingstabel, tiental

Rekentaalkaart

Het is belangrijk om voorafgaand aan de rekenles te bekijken welke rekentaal nodig is om sommen te kunnen maken. De Rekentaalkaart, een opbrengst van het TRaP-project, kan een handig hulpmiddel zijn bij het (talig) voorbereiden van de rekenles. Het werken met deze kaart combineert het nagaan hoe het gestelde rekendoel gehaald kan worden met gedegen aandacht voor de benodigde taal. Uiteraard bepaal je eerst het doel van de rekenles en ga je na welke denkstappen leerlingen maken. Daarna kijk je welke taal er nodig is om het doel te kunnen halen. Welke woorden kennen de leerlingen al wel en welke moeten er besproken worden?

Taalsteun/scaffolding

Om tijdens de rekenles leerlingen te helpen die moeite hebben met rekentaal, kan de leraar scaffolding-strategieën toepassen. Scaffolding betekent letterlijk ‘steiger’. Je zet als het ware de taalontwikkeling ‘in de steigers’ en zodra de leerling zelf steeds vaardiger wordt, breek je de steiger stapsgewijs weer af. In deze blog schreef ik er ook over. Er zijn meerdere manieren waarop scaffolding in de rekenles ingezet kan worden. Je kunt een leerling helpen door op de juiste manier uitingen te herformuleren. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Het gaat omhoog.” Dan kun je reageren met: “Dat heb je goed gezien, de temperatuur stijgt.” Daarnaast kun je verwijzen of herinneren aan benodigde denkstappen of aan specifieke woorden en formuleringen. Je kunt bijvoorbeeld ook vragen: “Hoe kun je dat preciezer zeggen?”, om zo tot een preciezer antwoord te komen. Door het bieden van scaffolding, leert een leerling de juiste formuleringen zelf te gaan gebruiken. Door veel aandacht te besteden aan  taal in de rekenles, ontwikkelen de leerlingen dus hun taal- én hun rekenvaardigheid!

Meer lezen?

  • In deze blog, die medeblogger Angela in mei van dit jaar schreef, staan nog meer tips over rekentaal. Kijk bijvoorbeeld eens naar de materialen van IMAT.
  • Voor meer informatie over taal in de rekenles, kun je dit artikel van onderzoekster Jantien Smit lezen.
  • Op deze website kun je ook veel vinden over dit onderwerp. Kijk vooral ook het filmpje, waarin heel duidelijk wordt uitgelegd hoe je talige ondersteuning kunt bieden in de rekenles.
Rekentaal nieuwkomers
PIN voor later

Laat een reactie achter