Leren op afstand

Wat wil jij behouden van het leren op afstand?

Door Jacqueline: Onze leerlingen zijn niet de enige die te maken kregen met een nieuwe manier van leren (op afstand). Ook wij als professionals zijn ondergedompeld in tutorials en webinars. Ik heb ervan genoten. Dit mag post-corona blijven.

Leren op afstand: Webinars

Ik heb nog nooit zoveel webinars gevolgd als in de laatste 2 maanden. Het aanbod was bijna overweldigender dan Netflix. Geen idee waar het vandaan kwam. Had iedereen ineens iets te vertellen? Had iedereen ineens de tijd om ‘er voor te gaan zitten’ om iets te delen? Hoe dan ook: ga zo door!


De eerste webinars gingen online toen de mededeling dat ‘we’ dicht gingen nog nagalmden. Je had ze kunnen zien aankomen: over hoe je op afstand onderwijs biedt. Lifesavers voor de een, eye openers voor de ander en voor de ‘early adopters’ handige ‘refreshers’ die ons hebben geholpen om ons onderwijs vrij snel en met minimale ‘hickups’ in de huiskamers te krijgen. Ja ja, rustig maar. Het is klaar met de Engelse termen :).

Ik dacht eerlijk gezegd dat het daar wel bij zou blijven. Maar niets daarvan. Er kwam een enorme stroom webinars op gang. Voor elk wat wils: didactiek, pedagogiek, hoogbegaafdheid, zelfs bewegingsonderwijs en nu vergeet ik er ongetwijfeld nogal wat. Inclusief een gestage stroom podcasts.

Leren op afstand: Tutorials

De eerste 5 tutorials van het LerarenCollectief  kwamen op een goed moment en gingen precies over de perikelen waar we op dat moment mee te maken hadden. En daarna volgden er nog meer

Echt hoor, als je nog geen lid bent van deze club moet je dat nu direct doen! De tutorials staan allemaal online en zijn altijd te bekijken. Een absolute aanrader. Ook al zijn de video’s gemaakt in het licht van onderwijs op afstand, de inhoud laat zich zo vertalen naar onderwijs op school. Gister zag ik er nog eentje van Astrid Poot, bedenkster van de ‘klooikoffer’. Heb dat altijd een prachtig woord gevonden. Ik laat de bollebozen die ik onder mijn hoede heb regelmatig lekker aanklooien.

Ook het Centrum Pedagogisch Contact had een hele mooie serie webinars. Ik heb ze bijna allemaal gezien. ‘s Middags, ‘s avonds het maakte mij niet uit. Bjorna Appel over Hoogbegaafdheid en ook mijn ‘helden’ kwamen voorbij: Wim van Gelder en Bastiaan Goedhart over bewegingsonderwijs, Marcel van Herpen over pedagogiek.

Leren op afstand: Podcasts

Podcasts waren eerlijk gezegd nooit zo mijn ding. Kan me voorstellen dat het werkt in de trein, als je toch nergens heen kan, maar als ik er thuis een opzet, is er domweg te veel afleiding om m’n kop er bij te houden.

Maar ik ben ‘om’. Er zitten hele mooie, waardevolle pareltjes tussen. Om je op weg te helpen: volg de podcasts van Tijl Koenderink ‘Leren wat ertoe doet’ of probeer het zojuist gestartte ‘Onderwijs in tijden van Corona’ van Peter Heerschop en Marcel van Herpen – een Pabo’er en een ALO’er. Kan niet stuk!

Autonomie

Nu ik dit zo aan het tikken ben, dringt het besef tot me door dat deze lofzang op webinars en podcasts er zonder Corona nooit was gekomen. Niet omdat er voor Corona geen webinars en podcasts waren, maar omdat ik er ‘dankzij’ Corona meer ruimte voor heb. Letterlijk en figuurlijk. Mijn dagen zijn minder intensief. Minder volgepropt. Ik werk vaker thuis waardoor ik meer controle heb over wat ik wanneer doe. In die herwonnen autonomie passen webinars en podcasts naadloos. Je bepaalt zelf welke je ‘doet’ en wanneer je ze doet.

Wat ik van veel kinderen terugkreeg is dat zij afgelopen periode een soortgelijke ervaring hadden. Toen ik hun vroeg naar hun hoogtepunt van de afgelopen tijd waren er opmerkelijk veel die het hadden over de zelfstandigheid van het thuis leren. Het zelf bepalen wanneer je pauze houdt. Het niet meer afgeleid worden. Het veel sneller klaar zijn met het verplichte schoolwerk. Lekker lang door kunnen werken aan een verrijkingsopdracht. Enzovoort.

Willen we dat niet allemaal, die autonomie? Is de reactie van die kids ook niet een aanwijzing dat die autonomie ze helpt om niet alleen sneller maar ook béter te leren?

Zelfstandig leren

Ik begreep inmiddels van veel collega’s dat ze sommige facetten van het ‘Coronaleren’ willen behouden nu de kinderen weer naar school komen. En dan met name dat zelfstandig leren. Dus niet langer ingesnoerd in dat vreselijke driekwartierenrooster, maar per dag twee of drie instructiemomenten voor (met name) taal en rekenen met daaromheen voldoende ruimte en tijd voor de leerlingen om zelfstandig aan de slag te gaan. Sommige collega’s gaan inmiddels zo ver dat ze (bepaalde) kinderen de vrijheid geven om zelf te bepalen of ze voor bepaalde lessen instructie nodig hebben. Natuurlijk heeft elk vak duidelijke doelen en opdrachten. Maar wanneer je als kind daar aan werkt, wordt niet meer door de juf of meester opgelegd. Daarnaast hebben de kinderen, net zoals ze dat inmiddels elke thuisschooldag gewend waren, een dag- of weektaak met allerlei verwerking, herhaling of verrijking.

1 op 1

Omdat we vanwege alle maatregelen geen leerlingen uit verschillende groepen mixen op school, bleef ik mijn verrijkingskinderen ook toen ze weer naar school mochten, nog een tijdje op afstand bedienen. Natuurlijk heb ik ze eerst wél allemaal even in de ogen gekeken en uitgelegd dat de verrijkingsopdrachten vanaf nu niet meer ‘vrijblijvend’ waren. Ik had een dagelijks online vragenuurtje en schaalde dat af naar één keer per week. Dat werd een eenzaam uurtje. Behalve die paar trouwe leerlingen die, al was het maar voor de gezelligheid, in de Meet kwamen, bleef het stil. Ik begreep ‘t wel. Ze waren druk met weer een nieuwe werkelijkheid zich eigen te maken.

‘Mijn’ bollebozen zaten nog altijd in één groep. Alle opdrachten staan in Google Classroom en  daar worden ze ook ingeleverd. Doordat mijn collega’s met de dagtaken ook gebruik waren gaan maken van Google Classroom, verliep dat proces gesmeerd. Het verschil met de periode voor 11 mei was dat alle leerlingen nu wel de verrijkingsopdrachten maakten, met als resultaat dat ik ineens veel te ‘beoordelen’ had. Ik schotelde ze vooral open opdrachten voor. Geschikt voor zowel een 5er als groep 8er. Ze waren betekenisvol en hadden een relatie met de Corona tijd. Ik verzon ze niet allemaal zelf. De mooiste vond ik ‘Fietsvakantie in eigen land’. Deze opdracht stond tussen de ‘leren is leuk’ opdrachten van ‘Sterk in hoogbegaafdheid’. Door de online reacties op de opdracht en de eindresultaten, leerde ik mijn bollebozen goed kennen. Ik nam ruim tijd om feedback te schrijven en deed dat met veel plezier. De opdracht sprak nu eenmaal tot mijn verbeelding. Ook tot die van ouders overigens: “Juf, mijn moeder zegt dat we mijn fietsroute ook echt gaan doen in de vakantie”.  Eén ding weet ik zeker. Mijn zomervakantie wordt straks gevuld met menig (fiets)tochtje. Moet dat alleen mijn betere helft nog vertellen…

Ik zei het net al even: doordat ik veel meer 1 op 1 met mijn bollebozen werkte, heb ik het idee dat ik ze beter ken dan vóór Corona. Er was duidelijker te zien wat ze ‘aan’ zet en wat niet werkt. Ik heb nieuwe talenten bij ze ontdekt. Het zet mij weer aan het denken over hoe wij verrijking vormgeven en wat ik anders zou willen.

Waar is de barricade?

Geen 1 op 1, maar ook van klassikaal werkende collega’s hoorde ik dat ze met halve klasjes de leerlingen veel meer ‘zagen’. Er was ruimte om veel persoonlijker les te geven, al was het op 1,5 meter. En andersom werkte het ook: een aantal leerlingen liet ineens veel meer zien waartoe het in staat is. Waar ze anders ondersneeuwden onder de lawaaihoofden van de klas, grepen ze nu hun kans. En ook heerlijk: de helft minder kinderen is ook de helft minder lawaai… Zeker een voordeel bij dit leren op afstand!

Dat merkte ik zelfs bij ‘t gym geven. Daar waar ik in de zaal een fluitje nodig had om aandacht te krijgen, kon ik het nu met m’n stem. Ook tijdens gym kregen minder vaardige kinderen ineens meer ruimte en begrip. Waarom? De sfeer was gewoon anders, gemoedelijker, gezelliger. Wat mij betreft hielden we het nog een tijdje zo. 

Bij ons zitten er 30 leerlingen in een klas. Mijn hemel, wat zou ik het een geweldige stap vinden als we dat structureel terug kunnen brengen naar de helft. Nou oke, 20 dan. Mijn vroegere schoolleider beweerde altijd dat het geen verschil maakten of je les gaf aan 24 of 34 kinderen en dat de resultaten hetzelfde waren. Ja, alsof hoge cito scores het enige is dat belangrijk is. Als er iets is dat deze rare onderwijsperiode ons heeft geleerd dan is het wel dat als je echt alles uit een kind wilt halen, je maatwerk moet kunnen bieden in relatie, autonomie en competentie. Dat lukt niet in een klas van 30. Waar is de barricade?

Laat een reactie achter