Geef je leerlingen (een) leerkracht!

Column door Jacqueline: “Pffffff”, toeterde Jan verveeld en nogal hard de klas in: “Wanneer beginnen we nou eindelijk eens…!?”. Ik keek ‘m verbaasd aan. De Engelse les was al lang en breed onderweg. Zichtbaar, want de Union Jack wapperde op mijn bureau en hoorbaar want al die tijd praatte ik Engels. Toen ik ‘m, in het Nederlands voor de zekerheid, vroeg wat hij nou precies bedoelde hield hij zijn werkboek demonstratief omhoog. “Hiermee natuurlijk!” en hij liet het met een forse klap op zijn tafel vallen.

Het zette me aan het denken, die langgerekte ‘Pffff…’ van Jan. Het gebeurde in groep 6. We hadden net het jeugdjournaal gekeken. Dat eindigt met het weerbericht. En omdat ‘The Weather’ het thema was van de daaropvolgende les Engels, hoefde ik niet lang te zoeken naar een ‘bruggetje’. Ik liep naar het raam, wees naar buiten en begon in het Engels over het weer. Al pratend zette ik het ‘Engelse vlaggetje’ op mijn bureau. Ik gebruikte woorden die we al hadden geleerd, ik stelde de leerlingen vragen en probeerde hun voorkennis te activeren. Wat een ‘splendid’ overgang naar de Engelse les, stelde ik genoegzaam glimmend vast.


Daar dacht Jan dus heel anders over en dat liet hij horen. Jan had geen boodschap aan mijn ‘splendid’ bruggetje. Hij hing verveeld onderuit gezakt. Mijn verhaal en mijn vragen over het weer, de nieuwe woordjes die voorbij kwamen – het ging totaal langs hem heen. Eerst dacht ik dat Jan er vandaag gewoon geen zin in had. Of Engels moeilijk vond. Of gewoon stom. Maar zo zat Jan helemaal niet in elkaar. Jan was een ijverige leerling. Zo een die altijd als een van de eerste zijn boek open heeft.

Pas later realiseerde ik me dat juist daar de schoen knelde. Ik kan wel een vlaggetje neerzetten en Engels gaan spreken, maar daarmee is de les volgens Jan niet begonnen. Voor Jan begint een les met het openslaan van een lesboek en eindigt een les met het dichtslaan van een werkboek. Want zonder dat kan het nooit een les zijn. En zeker geen echte.

Conditionering

Ik kon het Jan niet kwalijk nemen. Hij is waarschijnlijk niet de enige die zo denkt. Sinds Jan in groep 3 zit, bestond elke les uit het pakken van het juiste boek, het bladeren naar de juiste pagina, het lesdoel uitgelegd krijgen, voorkennis die – al dan niet coöperatief-  geactiveerd wordt, instructie krijgen en tenslotte de stof verwerken in een werkboek of -blad. De les begint als het boek open gaat en is af als het werkboek of -blad is afgewerkt. Daarna begint een nieuwe les met een nieuw lesboek en een nieuw werkboek onder handbereik.

De wereld is onvoorspelbaar, maar de praktijk in het leslokaal niet. We geven zo voorspelbaar mogelijk les. Hapklare brokken kennis met duidelijk grenzen. Het begint als het lesboek opengaat en eindigt als het werkboek dichtgaat. Jonge kinderen hebben tenslotte structuur nodig, niet waar? Verrassingen zorgen alleen maar voor onrust. En onrust, dat is wel het laatste waar we op zitten te wachten…

Wat we vergeten is dat leerlingen hierdoor ophouden zelf na te denken. Sommigen gaan in een soort ‘slaapstand’ tot het punt dat ze in hun werkboek aan de slag mogen. Want dat is lekker concreet en ijver is ook wat waard. Het hele traject daarvoor, gaat grotendeels langs ze heen.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een groot voorstander van expliciete directe instructie. Kennisoverdracht is hartstikke belangrijk. Methodes zijn fantastisch. Ze bieden je overzicht welke doelen dat leerjaar behaald dienen te worden. Kieper ze niet overboord, maar is het geen idee dat slaapverwekkende vaste stramien eens los te laten. Niet altijd, maar af en toe. Om ze wakker te schudden door zaken net even wat anders aan te pakken?

Je hebt er niets extra’s voor nodig. Hooguit vertrouwen in je leerlingen en jezelf. Durf de methode eens los te laten. Laat dat werkboekje een keer zitten. Laat je leerlingen op een heel andere manier de stof verwerken. Zet een circuitje uit met verschillende ‘hoeken’ waarin ze de stof moeten toepassen. Ga lekker naar buiten en combineer leren met bewegen.

Je weet wat je leerdoelen zijn. De methode geeft je handvatten en houvast, maar uiteindelijk ben jij degene die bepaalt hoe je die leerdoelen en -resultaten behaalt. Doorbreek het stramien zo nu en dan. Vraag eens halverwege je instructie wat de leerlingen denken dat het doel van de les is. Vraag eens na de les wat je leerlingen denken dat ze geleerd hebben. Je zult waarschijnlijk verbaasd staan van de ‘bijvangst’ van je les. Kinderen zullen ook andere doelen opnoemen. Niet alleen kennisdoelen maar ook vaardigheidsdoelen. Het geeft je een inkijkje hoe zij de les beleefd hebben. Dat zou zomaar eens anders kunnen zijn dan dat jij voor ogen had.

geef je leerlingen leerkracht
PIN dit idee voor later

Laat een reactie achter