Fonologisch bewustzijn

Door Inge: lezen gaat als het goed is automatisch, maar daarvoor is je brein wel hard aan het werk (geweest). Leren lezen heeft veel ‘voeten in de aarde’. Het allereerste begin van vaardigheden die je nodig hebt voor leren lezen, leer je al voordat je kunt praten. Vanaf voor de geboorte is het brein bezig klanken te verwerven en verwerken. In de baarmoeder en daarna maakt het brein zich klaar voor het onderscheiden van bepaalde klanken. De taal die je als baby en dreumes hoor, zorgt ervoor dat je brein fonologisch bewustzijn krijgen voor die klanken. Dit vormt de basis voor leren praten. We noemen dit ‘fonologisch bewustzijn’. Verschillende talen hebben verschillende klanken en die zijn soms nauwelijks te onderscheiden. Zeker als je een taal niet vanaf het begin hebt geleerd, is het lastig het verschil te horen tussen gelijkende klanken. Denk eens aan de woorden hond en hoont. Voor ons wel te horen, maar voor mensen die geen Nederlands spreken is er geen verschil.

Deze functie (het onderscheiden van klanken) bevindt zich vooral in de temporaalkwab. Aan de zijkanten van je hoofd, zo’n beetje achter je oren. Als je eenmaal klanken kunt onderscheiden en je bent er met alle andere leesvoorwaarden klaar voor, begint het leesproces. Dan vormt fonologisch bewustzijn een belangrijke factor, maar ook visuele informatieverwerking en het koppelen van deze informatie aan elkaar. Het brein is tijdens lezen als het ware een goed samenwerkend orkest. De dirigent zou je kunnen zeggen, zijn de angulaire en supramarginale gyri. Dit zijn twee gleuven (gyri) in het brein (zie plaatje) die alle informatie bijeen brengen en zorgen dat je uiteindelijk leest. Best knap van dat brein, toch?


Fonologisch bewustzijn
Pin dit bericht voor later

Laat een reactie achter