Van jongs af aan vaardig in bewegen

Vaardig in bewegen, het Nationaal Sportakkoord

Door Jacqueline: “Van jongs af aan vaardig in bewegen”. Toen ik het de eerste keer hoorde dacht ik even dat het een oude aflevering van het Polygoon-journaal was, maar het is één van de ambities van het Nationaal Sportakkoord. Nooit van gehoord? Schaam je niet. Bij mij rinkelde het belletje ook niet meteen. Maar als je op de een of andere manier bent betrokken bij bewegingsonderwijs, kan het lucratief zijn wél te weten wat het is.

Achtergrond Nationaal Sportakkoord

Medio 2018 sloegen de minister van Sport, de gemeenten en NOC*NSF de handen ineen en sloten het Nationaal Sportakkoord. Van daaruit worden lokale sportakkoorden geformuleerd. Inmiddels dus ook in Soest, waar ik woon en werk.


Het doel van het Sportakkoord is te onderstrepen dat sport méér is dan een beetje bewegen. Dat het bijdraagt aan welzijn, kosten van de gezondheidszorg drukt en nog veel meer. Als we basisschoolkinderen vaardiger maken in bewegen, wordt bewegen steeds leuker. Als bewegen steeds leuker wordt, blijven ze langer bewegen. Als ze langer blijven bewegen, dan… afijn, de rest kun je zelf invullen.

Dát we onze kinderen vaardiger moeten maken als het aankomt op bewegen is niet nieuw. Ze spelen minder buiten, gaan minder op de fiets naar school, lid worden van een sportclub is minder vanzelfsprekend en daardoor – vergeef me de woordspeling- holt hun motorische vaardigheid achteruit. En als die vaardigheid achteruit holt, wordt sporten minder leuk. En als sporten minder leuk wordt, gaan ze minder bewegen. En als ze… afijn, ook deze rest kun je zelf invullen.

Vanzelfsprekend

Toen ik de eerste keer over het Nationaal Sportakkoord en de doelstellingen hoorde, vroeg ik me af hoe zoiets nou tot stand komt. Is er dan echt niet één ambtenaar geweest die halverwege de “Doelstellingsvergadering” van de Ministeriële Werkgroep Overleg Sportakkoord (of hoe dat ook heet) heeft geroepen: ”Kinderen vaardig maken in bewegen… Wacht even, zijn we nou het wiel opnieuw aan het uitvinden? Daar hebben we toch vakleerkrachten bewegingsonderwijs voor…?”

Blijkbaar niet. En dat is jammer. Want als je van kinderen vaardige bewegers wil maken, zet dan gewoon op elke basisschool een vakleerkracht. Als gymlessen gegeven worden door zo’n vakidioot, maken we enorme klappers voorwaarts met de motorische vaardigheden van toekomstige generaties.

Maar goed, dat ei van Columbus, hoe groot ook, zagen ze over het hoofd. Niet voor het eerst overigens…

Begrijp me goed: het Sportakkoord dat nu op tafel ligt, kan bijdragen aan een oplossing voor de afnemende motorische vaardigheden van onze kinderen. In Soest hebben we het Athletic Skills Model (ASM) omarmd. Het is het geesteskind van René Wormhoudt. Hij zag als trainer bij Ajax dat zijn spelers fantastische voetballers waren, maar geen atleten. Hij ontwikkelde ASM om hen een bredere motorische ontwikkeling te laten doormaken. ASM gaat uit van 10 grondvormen van bewegen zoals rennen, springen, klimmen, balanceren, etc. Het is ‘hot & happening’ in de sportwereld en nog steeds in gebruik bij Ajax dus laten we het in Soest met een gerust hart los op onze jeugd.

Niet nieuw

Voor het bewegingsonderwijs is deze manier van denken over bewegen natuurlijk niet nieuw. Het zit ingebakken in de leerlijnen. Op de ALO’s (maar ook bij de PABO leergang bewegingsonderwijs) is ‘het basisdocument’ de bijbel. Dit basisdocument hanteert 12 leerlijnen, vergelijkbaar met de 10 van ASM, aangevuld met doelspelen en tikspelen.

Dat wij in het onderwijs verder gaan dan alleen de vaardigheden maar ook spelen als leerlijnen kennen, is typerend. Spelen is namelijk een prachtige manier om te leren. Misschien zelfs een voorwaarde, zeker bij jongere kinderen.

Doordat ik betrokken raakte bij het lokale Soester sportakkoord, werd me weer eens duidelijk wat een belangrijke rol het basisonderwijs heeft in de breed motorische ontwikkeling van kinderen. Een rol die we moeten pakken. Liefst met een vakleerkracht en als die er niet is en ook niet gaat komen, informeer dan eens bij jou in de gemeente naar de stand van het lokale Sportakkoord. In Soest leverde het elke basisschool een ‘Beweeg Container’ op; een forse kliko, tot de nok gevuld met ‘hufter proof’ speel- en spelmateriaal waarmee het schoolplein ineens een stuk uitdagender is geworden. Gratis en voor niks.

Van speelplein naar beweegplein

Natuurlijk is het naar buiten rollen van zo’n kliko vol materiaal geen garantie dat de schooljeugd beter en veelzijdiger gaat bewegen. Daarom zijn we in het lokale Sportakkoord druk bezig met het in kaart brengen van de leerkrachten die zich schoolbreed bezighouden met ‘bewegen’. Met hen gaan we verderop in het jaar aan de slag met een ‘Bewegend Leren Pakket’ en wordt er meegedacht over hoe je van je speelplein een beweegplein kunt maken. Want middelen zijn mooi maar alleen de gedrevenheid van een teamlid kan er voor zorgen dat er focus blijft op bewegen, op veelzijdig bewegen en op plezier in bewegen.

Meer over het Sportakkoord

Vind je hier:

vaardig in bewegen
PIN voor later

Laat een reactie achter