Bewegingsonderwijs buiten: Praktische tips voor gym op het schoolplein

Door Jacqueline: Afijn, daar stond ik dan. Gymles op het schoolplein in plaats van in de vertrouwde gymzaal die (zoveel mazzel hebben wij) pal naast de school staat. Het was even slikken en improviseren. Geen ringen, geen wandrek, geen touwen. Terug naar de basics: ballen, lintjes en een stuk touw. Enig lichtpuntje was dat Covid zijn akelige kop opstak in het voorjaar en niet in november.

Ik heb in 15 jaar bewegingsonderwijs nooit eerder gymlessen gegeven op het schoolplein. Door de veilige omgeving van de gymzaal met al zijn mogelijkheden, was ik eigenlijk nooit eerder op het idee gekomen. Nu het duidelijk werd dat het wel móest, realiseerde ik me al snel de beperkingen. Een koprol op stoeptegels? Beter van niet. En dan dat materiaal. Zoals gezegd: onze gymzaal is 2 minuten lopen, maar om nu een kast of een bok het schoolplein op te slepen, leek me ook geen praktische oplossing. Kortom, het was al snel duidelijk dat ik deze lessen niet uit mijn mouw zou schudden.


Terug naar de tekentafel dus.

Terwijl mijn collega’s zich bogen over looplijnen en en corona-proof opstelling van tafeltjes en stoeltjes, zette ik een paar uitgangspunten op een rijtje. Het leek me een mooi moment voor groepsvormende activiteiten. De kinderen hadden elkaar tenslotte al 8 weken niet gezien.

Ten tweede realiseerde ik me dat behoorlijk intensieve activiteiten op z’n plaats waren. Want voorjaar of niet: het was soms – zeker de eerste lessen – nog best frisjes in mijn openluchttheater.

Natuurlijk kon ik al het materiaal uit de gymzaal gebruiken maar ik wilde juist zoveel mogelijk met spelmateriaal werken waar de school ook over beschikt.  Door gebruik te maken van wat we hebben, leerde ik de kinderen spellen die ze ook konden spelen in de pauzes en tijdens de tussenschoolse opvang. Maar dan zonder gymjuf.

Mijn inspiratie kwam deze keer niet uit de reguliere ‘literatuur’ maar uit inspirerende boekjes als ‘Silly sports & Goofy games’. Ik wilde vooral ‘groene spelen’ aanbieden of bestaande spelen veranderen van ‘rood’ naar ‘groen’. Het webinar van ‘Alles in Beweging’ kwam precies op tijd. Het was lang geleden dat ik zoveel tijd investeerde in de voorbereiding van gymlessen.

Warming up 1

Het was zoals gezegd soms best frisjes buiten. Die kilte verdrijf je adequaat met een inhaalloop als warming-up. Hierbij rennen of wandelen de leerlingen achter elkaar aan in een omgangsbaan. Ik kon gebruik maken van de belijning van een voetbalveldje, maar met 4 pylonnen ben je er ook. Het is de bedoeling dat de kinderen achter elkaar lopen en de achterste steeds de hele groep inhaalt. Als dat is gelukt begint de achterste zijn inhaalspurt. De inzet is natuurlijk dat het iedereen lukt om de rij uiteindelijk in te halen en dat iedereen het volhoudt. Een groepsdoel dus. Dit vereist dat de voorste, die het tempo bepaalt, rekening houdt met de groep.

Warming-up 2 (met vervolg)

Inhaalbal. Hierbij staan de kinderen in een kring waarbij ze om-en-om bij elkaar horen. Elk team gooit de bal door (in dezelfde richting) waarbij het de uitdaging is om de bal van de andere partij in te halen terwijl bij het doorgooien geen spelers mogen worden overgeslagen.  Het ene team gaf ik een kingbal, de andere een volleybal. Zo creëerde ik in één moeite door twee groepen die daarna gingen ‘Kingen’ of volleyballen. Minimaal oponthoud, geen tijd gelekt en niemand die tijd had het koud te krijgen.

Bezemestafette

Teams van 6 á 8 leerlingen strijden tegen elkaar. Bij deze estafette staat de helft van de spelers van elk team al aan de overkant van het veld. De eerste loper van elk team duwt de bezem voor zich uit naar de overkant. Daar aangekomen mag de loper de bezem niet gelijk aan de volgende loper doorgeven maar moet eerst om de eigen spelers heen lopen (die in een rijtje staan). Hierdoor wordt de bezem al de goede kant opgeduwd voor de volgende loper. Wel zo veilig. Daarna volgde de versie waarbij ze met de bezem een bal voor zich uit moesten duwen. Hilarisch! Bovendien was dat stukje plein ook gelijk aangeveegd.

Kingen, maar dan anders…

Op veel scholen wordt tijdens de pauze ‘gekingd’. Bij ons niet minder. Prachtig, die bewegende kinderen, maar de regels bevielen me altijd maar matig. Iets te veel ‘recht van de sterkste’ naar mijn smaak. Dus introduceerde ik tijdens de gymles nieuwe regels en die zijn ‘groen’ in plaats van de ‘rode regels’ die in de pauze golden. Ik geef eerlijk toe: dat viel niet mee.

In mijn ‘groene versie’ heeft iedereen de kans het tot King te schoppen en niet alleen de branieschoppers en motorisch sterksten. Kern van de groene versie is dat de bal eerst in het eigen vak moet stuiten voordat je de bal mag doorspelen. En smashen is verboden. Vooral dat laatste was even wennen voor mijn ‘Ronaldo’s’. Maar zelfs zij merkten na een tijdje dat er op deze manier meer en langere rally’s gespeeld werden en dat het best lastig was om steeds goed achter de bal te komen.

En nu maar hopen dat ze dit vasthouden…

2 palen en een touw doen wonderen

Geen idee hoe we er ooit aan zijn gekomen, maar we hebben twee stokoude korfbalpalen die elke ochtend door de conciërge het schoolplein op worden gerold. Span er een touw tussen en de kinderen kunnen volley- of lijnballen, tennissen, badmintonnen en voetvolleyen tot ze erbij neervallen.

Grote kans dat je geen palen hebt maar met een boom of een paar tentstokken kom je een heel eind. Het volleybalspel dat ik met ze speel is ‘cool moves volleybal’ (voorheen circulatie minivolleybal) of gewoon ‘doordraaivolleybal’ zoals de kinderen het noemen. Een door de volleybalbond speciaal ontwikkelde variant om het spel dynamischer te maken voor jonge kinderen. De kinderen spelen 4:4, in een ruitopstelling, en mogen de bal gewoon gooien en vangen.  Elke keer nadat ze de bal over het net gooien draaien ze 1 positie door in het veld (met de wijzers van de klok mee). Dit doordraaien zorgt weer voor die gelijke deelname. Bij ‘lijnbal’ was het steeds weer die ‘Ronaldo’ die voor iedereen sprong en iedereen opzij duwde om de bal te vangen.

Overigens staat in het eerder genoemde ‘Silly Sports & Goofy Games’ een leuke variatie op doordraaivolleybal waarbij spelers bij het doordraaien ineens van het andere team deel uitmaken. En nog veel meer – een aanrader, dat boek!

30 graden!

Bewegingsonderwijs buiten: Praktische tips
Doorgooispons

En toen was het ineens bloedheet. Dat had consequenties die ik niet had voorzien. Omdat we buiten gymmen hadden de kinderen geen gymschoenen mee naar school. En zo kan het gebeuren dat er ineens gegymd werd op teenslippers. Het is al vaker gezegd: het zijn rare tijden…

Hoe dan ook: Ik kocht een aantal sterke sponzen, regelde 2 emmers en vulde twee grote plastic vuilnisbakken met water.

Ik liet de kinderen een paar klassiekers spelen, maar dan met natte sponzen in plaats van ballen. Een doodordinair lummelbalspel zoals eilandbal of ‘5 of 10-bal’ krijgt met natte sponzen een héél andere dimensie. En vergeet de watervariant van doorgooi-estafette niet. Daarbij gooien de kinderen een kletsnatte spons van de een naar de ander waarbij de laatste speler uit de rij de spons uitknijpt in een emmer. Daarna sprint deze speler met de droge spons naar het begin, dompelt ‘m weer in het water en gooit de spons weer door. De overige spelers zijn inmiddels een plek (hoepel) doorgeschoven. Als de speeltijd over is wint het team dat het meeste water in de emmer heeft. Dit spel doet een beroep op goed gooien (spons niet op de grond laten vallen), handig vangen (niet knijpen in de spons), goed samenwerken en is hilarisch. Wat wil een gymjuf nog meer als het bloedheet is in haar openluchttheater…

Tip: Gebruik op tegels stoepkrijt als je geen belijning of hoepels hebt. Op gras kun je met springtouwtjes of stukjes was- of scheerlijn cirkels leggen.

Weinig ruimte? Klein schoolplein? Grote klassen?

Speel ‘rond de wereld’ badminton (in plaats van 1:1 of 2:2). Voor ‘jeu de boules’ heb je maar een smalle strook nodig. Creëer een extra set ‘jeu de boules’ van oude tennisballen (die je merkt) en een tafeltennisballetje. Touwtje springen kan een leerling op 1 vierkante meter en wordt nog uitdagender met ‘De Springbaan’ kaarten van Projump. Deze kun je downloaden: (https://www.projump.nl/product-categorie/rs/springbaan/.

Tip: Iedereen in het spel (be)houden? Werk met ‘levens’. Elke speler start met 10 levens. Maak je een ‘fout’ (bijvoorbeeld afgegooid worden) dan gaat er een leven al. Doe je iets ‘goed’ win je er een leven bij.

Buitengym is een blijverdje

Dat buitengymmen wende snel. Zal ook wel komen omdat het lentezonnetje een stuk aantrekkelijker is dan het muffige zweethok dat een gymzaal vaak is. Alle suggesties hierboven kun je ook gebruiken tijdens het speelkwartier, een sportdag, Koningspelen, juffen- en meesterdag of tijdens de tussenschoolse opvang. Kortom, bewegingsonderwijs naar buiten verplaatsen is wat mij betreft een blijvertje. Gaan we vaker doen. Laten we dat maar noteren als een heel klein lichtpuntje in alle Covid-morres.

Laat een reactie achter